Kinderrechten
Rechten van het kind
In het kinderrechtenverdrag staat het kind omschreven als iedere persoon onder de 18 jaar. Ieder kind heeft recht op liefde, veiligheid, warmte, bescherming, verzorging, om mee te denken, mee te beslissen en mee te doen (kinderrechten, 2014b).
De rechten en plichten van het kind staan vastgelegd (Kinderombudsman, 2011b). Ieder kind heeft rechten en plichten. De rechten van het kind zijn verdeeld in twee groepen rechten. Er is gekeken naar de algemene rechten van de kinderen en welke van deze rechten in gedrang komen bij armoede, obesitas en of de gevolgen hiervan op de opvoeding.
Het kind eerst
Het kind komt op de eerste plaats. Mocht er iets geregeld moeten worden voor een kind dan moet er gekeken worden naar het belang van het kind. Is het voor een kind niet mogelijk om bij de ouders te wonen, doordat deze niet goed voor het kind kunnen zorgen dan moet de overheid het kind gaan helpen (kinderombudsman, 2011b).
Dit recht van het kind komt in gedrang, doordat er bij gezinnen die leven in armoede soms andere prioriteiten zijn. Er kan dan niet altijd gekeken worden vanuit het belang van het kind.
Een naam en nationaliteit
Ieder kind heeft recht op een eigen identiteit en het behoud hiervan. Hieronder valt niet alleen de nationaliteit maar ook de familienaam en familiebanden. Ieder individu is een uniek persoon en dat geldt ook voor een kind (kinderombudsman, 2011b).
Veel gezinnen die leven in armoede zijn gebroken gezinnen, dit blijkt uit een gesprek met een vrijwilliger van de voedselbank. Hier onder vallen vechtscheidingen en gezinnen waarbij het kind met een van de ouders geen contact meer heeft.
Recht op leven en ontwikkeling
Iedereen heeft het recht op leven. De overheid moet ervoor zorgen dat het overleven van kinderen makkelijker te maken en de mogelijkheid voor een kind om zich goed te ontwikkelen. De overheid heeft de plicht om een veilige omgeving voor het kind te waarborgen waarbij geen oorlog en armoede is. Er moet voldoende eten en drinken zijn, kinderen moeten in een huis kunnen wonen en naar school kunnen gaan. Ook is het belangrijk dat de kinderen beschermd worden tegen kindermishandeling (kinderrechten, 2014a)
Het staat letterlijk in het recht dat het de plicht is van de overheid om kinderen op te laten groeien waarin geen armoede is, toch leven er in Nederland kinderen in armoede. Door armoede is het soms niet mogelijk om kinderen bij een sportclub te laten gaan, waar zij zich kunnen ontwikkelen, of lid te worden van een bibliotheek waardoor kinderen geen boeken kunnen lezen en hierdoor hun leesvaardigheid onvoldoende kunnen ontwikkelen. Verder kan armoede ervoor zorgen dat er niet voldoende voedsel in huis is.
Spel en vrije tijd
Ieder kind, ongeacht de leeftijd heeft recht op vrije tijd, spelen en rust. Dit moet voor ieder kind mogelijk zijn. Ook moet ieder kind de mogelijkheid hebben om naar een museum of naar het theater te gaan (kinderombudsman, 2011b).
Door armoede lijkt het vaak niet mogelijk om uitstapjes te maken met de kinderen en hierdoor hebben de kinderen niet de mogelijkheid om naar een museum of theater te gaan als ze dat willen.
Goede opvoeding
Iedere ouder moet ervoor kunnen zorgen dat kinderen goede voeding krijgen. Onder goede voeding wordt naast gezonde voeding ook de hoeveelheid voeding verstaan. Er moet voldoende voeding aanwezig zijn voor de kinderen. Mocht het voor ouders niet mogelijk zijn om dit te kunnen waarborgen dat is het de taak van de overheid om de ouders te helpen. Naast de voeding moet het ook mogelijk zijn voor kinderen naar een kinderdagverblijf te gaan als de ouders werken (kinderombudsman, 2011b).
Dit recht komt door zowel armoede als obesitas in gedrang. Door armoede is het soms niet mogelijk om voldoende voedsel te kopen maar ook gezond voedsel is moeilijker, omdat dit vaak duurder is dan ongezond voedsel wat misschien wel gezond lijkt. Obesitas zorgt voor een risico op dit recht van het kind, omdat mensen met obesitas vaak niet alleen ongezond eten maar ook een grotere hoeveelheid. Hierdoor kan het zijn dat er niet voldoende voedsel is voor het gezin.
Dit recht heeft echter ook invloed op obesitas. Dit omdat als het recht niet nagestreefd wordt en er daardoor ongezonde voeding is, dan wordt de kans op obesitas vergroot.
Eten, kleding en onderdak
Ieder kind heeft recht op eten, drinken en om in een huis te wonen. Als de ouders hier niet voor kunnen zorgen dat moet de overheid helpen (kinderombudsman, 2011b).
Mensen die in armoede leven kunnen dit niet altijd waarborgen en daardoor kan het zijn dat een kind niet voldoende kleding heeft of genoeg te eten alle dagen van de week. Hierbij helpt de voedselbank wel voor de armste mensen in Nederland maar uit het gesprek is gebleken dat een voedselpakket eten is voor ongeveer 2 tot 3 dagen en dan heb je nog een aantal dagen meer in de week. Soms kan het dan zijn dat er niet voldoende voedsel is voor het kind.
Opgroeien bij ouders
Elk kind heeft recht om bij zijn ouders op te groeien. Als de ouders gescheiden zijn, dan hebben de kinderen het recht om met beide ouders contact te houden. Hier is een uitzondering op. Het contact mag worden verbroken als het niet van belang is voor het kind. Als kinderen in een ander land wonen dan de ouders dan hebben de kinderen het recht om hun eigen ouders te zien en weer terug kunnen gaan naar de ouders (kinderombudsman, 2011b).
Dit recht slaat voor een deel terug op het recht op naam en nationaliteit. Ook bij dit recht geldt dat ieder kind het recht heeft contact te hebben met beide ouders, behalve als het niet in het belang van het kind is.
Eigen mening
Het is het recht van iedereen, ook van een kind om zijn/haar mening te kunnen vertellen. De mening moet worden gevraagd en er dient ook naar geluisterd te worden. Om deze mening te kunnen geven moeten kinderen in staat zijn om informatie te kunnen en te mogen verzamelen (kinderombudsman, 2011b).
Dit is een recht dat vaak over het hoofd wordt gezien, een kind heeft ook een mening en deze wordt vaak vergeten. Bij zowel armoede als bij obesitas kan er een sociaal isolement optreden en door dit isolement zal de mening van een kind niet gehoord worden of durft het kind zijn/haar eigen mening niet te geven.
Goede zorg
Iedereen heeft recht op goede zorg, ook kinderen. Het kind moet terecht kunnen bij een dokter als het ziek is en bij de tandarts als het een gat in de tand heeft. Het is de taak van de overheid om kinderen en ouders de juiste informatie te geven over gezondheid en voeding (kinderombudsman, 2011b).
Door armoede is het soms niet mogelijk een goede verzekering af te sluiten, waardoor men maar voor een klein bedrag kan verzekeren. Dit kan tot gevolg hebben dat ouders minder snel met een kind naar de dokter gaan dan dat het noodzakelijk zou zijn.
Bescherming tegen mishandeling
Kinderen hebben het recht op een goede en veilige opvoeding en het is in eerste instantie de taak van de ouders om dit te kunnen waarborgen. Is het echter niet mogelijk voor de ouders dan moet de overheid helpen (kinderombudsman, 2011b).
Mishandeling komt in Nederland voornamelijk voort uit onmacht en onwetendheid. Door armoede kan men zich onmachtig voelen en kan het gevolg zijn dat ze het kind gaan mishandelen.
Bescherming tegen discriminatie
Iedereen heeft het recht om zichzelf te zijn, ook het kind. Dit is ongeacht de huidskleur, godsdienst, geslacht, seksuele voorkeur, fysieke en mentale beperkingen. De overheid moet bijdragen aan de sociale veiligheid waardoor kinderen beschermt worden tegen discriminatie (kinderombudsman, 2011b).
Kinderen met obesitas worden vaak gepest. Dit pesten komt dan door hun uiterlijk en de bij obesitas horende fysieke beperkingen (moeilijkheden met rennen, doordat de gewrichten pijn doen, etc.).
Levensstandaard
Ieder kind heeft het recht op een levenstandaard die voldoende is voor de ontwikkeling van het kind op verschillende gebieden zoals intelligentie, lichamelijk en geestelijke ontwikkelingen. Dit houdt in dat er gezorgd moet worden dat een kind liefde krijgt, gezond en goed eten, een bed om in te slapen, kleren hebben, samengevat alles wat nodig is om goed en fijn op te groeien. Dit is in eerste instantie de taak van de ouders, de overheid moet de ouders helpen en ondersteuning bieden. Dit, zodat ieder kind goed kan opgroeien. Kinderen die in Nederland onder de armoedegrens wonen hebben het niet zo goed in Nederland dan de kinderen die ruim boven de armoedegrens leven. Deze kinderen kunnen onder andere niet bij een sportvereniging omdat hier geen geld voor is (kinderrechten, 2014c).
Ook bij dit recht geldt dat het soms niet mogelijk is om gezond en goed voedsel te kopen, omdat dit relatief duurder is dan ongezonde voeding dat meer voedingswaarde heeft aan ‘nutteloze calorieën’.
Maak jouw eigen website met JouwWeb